De politieke partijen D66 en SP presenteren opnieuw een wetsvoorstel om ‘megaklassen’ in het Nederlandse onderwijs te beperken. Volgens de partijen is het hoog tijd om klassen op basisscholen én middelbare scholen te verkleinen naar maximaal 21 leerlingen. Daarmee moet de onderwijskwaliteit verbeteren en de werkdruk voor docenten omlaag.
Het idee om klassengroottes wettelijk vast te leggen is niet nieuw. Eerdere initiatieven strandden door gebrek aan steun. Nu doen de partijen een ‘ultieme poging’, juist op het moment dat de scholen in het zuiden van het land weer starten. Niet alleen basisscholen, maar ook middelbare scholen vallen onder dit plan.
SP-Kamerlid Sandra Beckerman benadrukt dat het probleem niet zozeer een tekort aan bevoegde leraren is, maar een tekort aan mensen die daadwerkelijk voor de klas willen staan. “Er zijn genoeg bevoegde leraren, maar de hoge werkdruk zorgt dat velen afhaken,” stelt zij. Ook D66-Kamerlid Ilana Rooderkerk wijst erop dat er in Nederland ruim 200.000 mensen een lesbevoegdheid hebben. Toch stopt één op de vier nieuwe leerkrachten binnen vijf jaar.
Kleinere klassen moeten het beroep aantrekkelijker maken. Leraren hebben dan meer tijd voor hun leerlingen en kunnen betere begeleiding bieden. Volgens onderzoek zou een klasgrootte van maximaal 21 leerlingen de beste resultaten opleveren voor de schoolprestaties.
Hoewel het exacte aantal ‘dertigplusklassen’ in Nederland onbekend is, bleek uit een steekproef dat rond 2010 nog bijna 10 procent van de klassen uit dertig leerlingen of meer bestond. Dat daalde later naar 2 procent in 2019, maar in het schooljaar 2020/2021 steeg dit weer naar 5,4 procent.
De eerste stap is een maximum van 29 leerlingen per klas, waarvoor volgens de partijen geen extra geld nodig is. Daarna moet het aantal dalen naar 21 leerlingen. Voor dit laatste deel willen D66 en SP een speciaal ‘kleineklassenfonds’ van 600 miljoen euro inrichten, gericht op scholen met de grootste onderwijsachterstanden en vmbo-scholen.
Voor een landelijke invoering zijn de kosten geschat op circa 1,5 miljard euro. Toch zien de partijen dit als een investering die rendeert. Onderzoek wijst uit dat kleinere klassen op termijn 3,5 miljard euro extra aan bruto binnenlands product kunnen opleveren.
Het is niet de eerste keer dat deze discussie in de Tweede Kamer speelt. Al in 2016 pleitte de SP met steun van D66 voor een maximum van 23 leerlingen per klas. Dat voorstel haalde het destijds niet, mede vanwege kritiek van de Raad van State. De kabinetsadviseur wees toen op het ontbreken van een stevige onderbouwing en de grote uitvoeringsproblemen door het lerarentekort.
Toch denken de initiatiefnemers dat er nu meer steun is. De achteruitgang in basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen onder Nederlandse leerlingen baart brede zorgen. Volgens Rooderkerk bungelt Nederland inmiddels onderaan Europese lijstjes. “Een op de drie kinderen verlaat school zonder voldoende basisvaardigheden. Dat moet worden doorbroken, en kleinere klassen zijn daarbij een essentieel middel.”
Bron: AD.nl
Veelgestelde vragen (FAQ) over kleinere klassen in het onderwijs
1. Wat bedoelen D66 en SP met ‘megaklassen’?
Met ‘megaklassen’ worden klassen bedoeld waarin meer dan 30 leerlingen zitten. Volgens de partijen is dit schadelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk van docenten.
2. Waarom willen D66 en SP maximaal 21 leerlingen per klas?
Onderzoek laat zien dat kleinere klassen leiden tot betere leerresultaten. Leraren hebben meer tijd en aandacht voor individuele leerlingen, waardoor de kwaliteit van het onderwijs stijgt.
3. Hoeveel kost het om klassen te verkleinen?
De eerste stap – het beperken tot maximaal 29 leerlingen – zou volgens de partijen geen extra geld kosten. Voor de daling naar 21 leerlingen is een kleineklassenfonds van 600 miljoen euro nodig. Voor volledige invoering in heel Nederland wordt de totale kostenpost geschat op 1,5 miljard euro.
4. Wat is het kleineklassenfonds?
Het kleineklassenfonds is een speciaal budget van 600 miljoen euro dat D66 en SP willen opzetten. Dit fonds richt zich vooral op scholen met de grootste achterstanden en op het vmbo, zodat juist daar de klassengrootte sneller kan worden verlaagd.
5. Is er voldoende draagvlak voor dit voorstel?
Eerdere plannen strandden, mede door kritiek van de Raad van State en zorgen over het lerarentekort. Toch denken D66 en SP dat er nu meer steun is, omdat de kwaliteit van basisvaardigheden in het Nederlandse onderwijs de afgelopen jaren sterk is verslechterd.
Meepraten of reageren? Dat kan natuurlijk! Log in of Maak een gratis account aan